Al die keren dat ik wakker werd naast jou. Ik vertelde dat je haren mooi waren, omdat ze glansden door het zonlicht dat maar net door de gordijnen naar binnen kon kruipen. We aten taart, speelden gitaar, en verkleedden ons als Max en de Maximonsters. Ik zei dat ik gelukkig was, dat niemand me ooit geleerd had gelukkig te zijn, maar dat dit gevoel het dichts bij geluk kwam.
Ik stapte op de trein, fluisterde in je oor dat ik snel weer bij je zou zijn. Elke dag schreef ik je ansichtkaarten en versierde ze met de 64-kleuren krijtjes van de HEMA. Ik vertelde je dat ik je miste, en we stuurden Zweedse puzzels over en weer.
Ik zou terug komen, maar met kerst stond plots de liefde van mijn leven voor mijn deur. Alle vierendertigberichten en negentachtig telefoontjes, ik heb ze nooit beantwoord.
Ik ken geen spijt, maar ik denk dat dit gevoel er het dichts bij komt.
Sorry.