Het enige wat ik eigenlijk dacht, was dat ik jouw bril lelijk vond. Dat het niet paste bij je hoofd en dat als je een rechte pony hebt, je sowieso nooit een bril moet dragen.
Ik vind mezelf gemeen om jou lelijk te vinden, om niet meer te kunnen zien wat ik ooit zo leuk aan je vond. Voor mij ben je echt niks meer, je bent een omhulsel met starende lege ogen. En ik denk niet dat je nog praten kan.
Soms probeer ik te herinneren hoe het voelde om verliefd op jou te zijn, ik kan het niet. Ik weet het niet meer. Ik kan me niet heugen, ooit gelukkig met jou te zijn geweest en ook dat is best gemeen.